"WIJ WERKEN AAN NIEUWE THERAPIEËN,
OP MAAT VAN DE PATIËNT."

WAAROM RICHTEN WE DIT FONDS OP?

In België komen er elk jaar meer dan 60.000 nieuwe kankerpatiënten bij.
In heel Europa zijn er dat jaarlijks 3,2 miljoen. Innovatief oncologisch onderzoek is dus van levensbelang. Elke patiënt is uniek, elke tumor is uniek. We werken daarom aan 'therapieën op maat'. Die aanpak moet leiden tot nieuwe wegen om deze levensbedreigende ziekte een stap voor te zijn. Om deze pioniersrol te kunnen spelen, hebben we extra financiering nodig.

OP WEG NAAR THERAPIEËN OP MAAT

We willen ons onderzoek richten op de ontwikkeling van ‘gepersonaliseerde kankerbehandelingen’. Een gepersonaliseerde of persoonsgerichte behandeling is een behandeling op maat van de patiënt en van de individuele, moleculaire kenmerken van de tumor. Deze ‘therapieën op maat’ bieden elke patiënt de beste kansen en hebben ook minder bijwerkingen. Wereldwijd zijn kankerspecialisten ervan overtuigd dat persoonsgerichte therapieën de therapieën van de toekomst zijn.

NIEUWE ONDERZOEKSMODELLEN

Om een persoonsgerichte therapie te kunnen ontwikkelen en toepassen, hebben we zoveel mogelijk informatie nodig over de tumor zelf. Binnen elk tumortype bestaan er verschillende subtypes. Sommige types blijken anders te reageren op een bepaalde behandeling dan andere. We hebben nieuwe, sterke onderzoeksmodellen nodig om nauwgezet te kunnen vaststellen of de tumor in een patiënt effectief vatbaar is voor een specifieke therapie. 

VANDAAG

Er zijn vandaag verschillende manieren om kanker te behandelen. Een behandeling wordt gekozen op basis van een combinatie van factoren, zoals het type kanker, de ernst van de ziekte, de omvang van de tumor, de leeftijd van de patiënt en zijn algemene gezondheidstoestand. Hoewel de huidige behandelingen zo efficiënt mogelijk worden toegepast, blijven ze nog te vaak ongewenste bijwerkingen hebben. Nieuwe therapieën ‘op maat’ moeten hierop een antwoord bieden en moeten de tumor met een nog grotere doelgerichtheid en precisie kunnen bestrijden.

MEER UITLEG OVER EEN AANTAL THERAPIEËN

Een behandeling kan curatief, neoadjuvant, adjuvant of palliatief zijn. Een curatieve behandeling wil de patiënt genezen. Een neoadjuvante behandeling wordt gegeven vóór een andere behandeling, bijvoorbeeld om de tumor te verkleinen. Een adjuvante therapie is een aanvulling op een andere behandeling. Chemotherapie bijvoorbeeld wordt vaak gegeven na chirurgie, om het risico op herval te verkleinen. Een palliatieve behandeling wordt gegeven aan patiënten die niet meer kunnen genezen. Enkel hun levenskwaliteit kan hierdoor nog verbeteren. De behandelingen kunnen bijgevolg elk afzonderlijk of in combinatie worden toegepast.

Chirurgie

Een chirurgische ingreep wordt toegepast om een diagnose te stellen of de tumor te verwijderen.

Voor het stellen van een diagnose wordt een biopsie genomen of wordt de hele tumor verwijderd. Het tumorweefsel wordt microscopisch onderzocht en op basis van deze resultaten wordt de meest geschikte behandelingsmethode gekozen.

Bij chirurgie wordt het tumorweefsel zo goed mogelijk weggenomen. Ook aangetaste lymfeklieren of andere uitzaaiingen worden indien nodig verwijderd. Chirurgie is dus een lokale behandeling van kanker. Wanneer een beginnende tumor vroeg ontdekt wordt, volstaat chirurgie soms op zich voor de genezing van de patiënt, zonder bijkomende behandeling. Wanneer de tumor in een later stadium ontdekt wordt, kan chirurgie in combinatie met andere behandelingsmethoden worden toegepast, zoals radiotherapie en chemotherapie, om de patiënt betere kansen te geven. Chirurgie kan ook palliatief worden uitgevoerd om de levenskwaliteit van de patiënt te verbeteren, bijvoorbeeld om de pijn te verlichten of de darmtransit te herstellen.

Bestraling / Radiotherapie

Bestraling, of radiotherapie, is een behandelingsmethode waarbij tumorcellen worden beschadigd en vernietigd door middel van stralen met een hoge energiewaarde. Deze therapie heeft alleen effect op de plaats van de bestraling zelf. 

Ongeveer 50% van alle kankerpatiënten worden vandaag behandeld met radiotherapie. Ondanks de sterke verbeteringen die deze methode de voorbije jaren onderging, tast een lage dosis straling nog steeds ook het gezonde weefsel in de buurt van de tumor aan. De herstelcapaciteiten van gezonde cellen zijn wel beter dan die van tumorcellen, gezonde cellen hebben een grotere overlevingskans. Radiotherapie kan ook als aanvullende therapie worden toegepast, zoals in combinatie met chirurgie of chemotherapie. Daarnaast kan bestraling een palliatieve behandeling zijn, om pijn te bestrijden.

Protontherapie

Protontherapie – of radiotherapie met protonstralenbundels – is een techniek waarmee de bestralingsdosis in de tumor kan verhoogd worden, terwijl de dosis in de omliggende gezonde weefsels laag blijft. Op die manier wordt onbedoelde schade aan de gezonde weefsels en de kans op herval beperkt. Protonen geven hun dosis immers op een heel specifieke manier af: afhankelijk van hun energie dringen ze in de weefsels door – hoe hoger de energie, hoe dieper de penetratie – en de stralingsdosis wordt pas afgegeven in de laatste millimeters van het traject.  

Protontherapie is de voorbije jaren succesvol gebleken in de strijd tegen kanker bij kinderen en tegen tumoren in het centrale zenuwstelsel. De KU Leuven en de UCL investeren in een nieuwe protoncentrum op Campus Gasthuisberg. Ze doen dit met steun van UZ Gent.

Chemotherapie

Chemotherapie is een kuur met geneesmiddelen die de groei van kankercellen remmen of vernietigen. Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (cocktail) van verschillende celremmende geneesmiddelen (of cytostatica) gegeven. 

Chemotherapie werkt niet alleen in op de tumorcellen, maar ook op gezonde cellen zoals cellen van het beenmerg, cellen in het spijsverteringskanaal, cellen die lichaamsbeharing en hoofdhaar laten groeien en voortplantingscellen. Behandeling met chemotherapie zorgt daarom vaak voor bijwerkingen. De aard hiervan is afhankelijk van het soort chemotherapie en is ook per patiënt verschillend. Chemotherapie wordt toegediend in een aantal cycli, met telkens een rustperiode ertussen om de gezonde cellen toe te laten zich te herstellen. Hierdoor kan de behandeling een aantal maanden duren. Chemotherapie wordt vaak gegeven na een operatie, om het risico op het terugkeren van de kanker te verkleinen. Daarnaast kan de therapie ook neoadjuvant worden toegepast om de tumor te verkleinen, voordat een operatie wordt uitgevoerd. Bij een uitgezaaide tumor kan chemotherapie ook pijn en andere klachten verlichten. 

Doelgerichte therapieën

In tegenstelling tot chemotherapie, waarbij alle snel-delende cellen worden aangevallen, werken doelgerichte therapieën slechts in op één eiwit of op enkele eiwitten. Deze aanpak is alleen mogelijk wanneer het gaat om een specifiek type kanker waarbij specifieke eiwitten belangrijk zijn voor het ontstaan of het in stand houden van de ziekte. Door de werking van dit eiwit te verstoren, kan een gericht geneesmiddel de kanker tegengaan. Er zijn minder nevenwerkingen verbonden aan deze therapieën dan aan chemotherapie, omdat niet alle snel-delende weefsels worden aangetast. 

Wanneer artsen formeel kunnen vaststellen dat een tumor in een individuele patiënt effectief vatbaar is voor een specifieke doelgerichte therapie, dan kan deze doelgerichte therapie als een ‘persoonsgerichte therapie’ worden ingezet (meer hierover onder de titel ‘therapieën op maat’). 

Immuuntherapie 

Immuuntherapieheeft als doel het immuunsysteem van de kankerpatiënt te mobiliseren tegen de ziekte. Het immuunsysteem bestaat uit een aantal gespecialiseerde cellen aangemaakt door het beenmerg. Ze zijn voornamelijk aanwezig in het bloed, de lymfeklieren en de milt, maar ze kunnen ook direct binnenin de weefsels circuleren. Deze cellen werken samen om het lichaam te beschermen tegen aanvallen van buitenaf (microben, virussen en andere indringers). Deze aanvallers worden opgespoord, geïdentificeerd, aangevallen en geëlimineerd. 

Tijdens de vorming van een tumor is er een continue interactie tussen de tumor en het immuunsysteem. Het immuunsysteem speelt dus een belangrijke rol in de ontwikkeling van tumoren. Met immuuntherapie wordt niet enkel de tumor zelf aangevallen, maar worden ook bepaalde immunologische mechanismen beïnvloed om het immuunsysteem te mobiliseren tegen de tumor. Immuuntherapie vertoont relatief weinig nevenwerkingen.